Organisatorische innovaties en klantgericht denken voor duurzame innovatie
Traditioneel richt veel onderzoek in de bouwsector zich op ‘the usual suspects’ - alle mogelijke redenen waarom duurzame innovatie niet zou kunnen. Er zijn echter wel degelijk partijen die wel met succes duurzame innovatie realiseren. Als innovatiepartner van de bouw onderzocht TNO twaalf succesvolle projecten en deelt de resultaten op 25 januari tijdens de bijeenkomst ‘Groen is poen! Anders denken loont! in het Bouwhuis te Zoetermeer.
Volgens de Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin, is de bouw een van de grootste veroorzakers van onze milieuproblemen, maar ook de nummer één kandidaat om actief munt te slaan uit het oplossen van de milieuproblematiek. Daken, muren en bijvoorbeeld de ondergrond zijn de perfecte plek voor decentrale energieopwekking daar waar het wordt gebruikt. Hierdoor kan niet alleen de gebouwde omgeving energieneutraal worden gemaakt, maar wordt deze ook energieleverancier. Hier ligt een geweldige commerciële kans voor een noodlijdende bouw.
Knelpunten omzeilen
In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft TNO in samenwerking met de Vrije Universiteit van Amsterdam met deelname van vijftigpartijenonderzoek verricht naar twaalf succesvolle, innovatieve projecten: van complete ontzorging van de klant bij het verduurzamen van hun huis (isolatie en zonnepanelen) tot energieneutrale wijken (Stad van de Zon), en van 0-fouten oplevering van huizen, tot zeer succesvolle ketenintegratie. Rosalinde Klein Woolthuis, TNO: ‘De partijen hebben inspirerende en visionaire charismatische leiders en laten zich niet weerhouden door de welbekende knelpunten zoals de conservatieve cultuur, de gefragmenteerde keten, ‘split incentives’, prijsconcurrentie of gebrek aan vertrouwen, aanbestedingsprocedures, maar kiezen er bewust voor dingen anders te doen. Hierdoor omzeilen zij knelpunten en creëren nieuwe wegen voor succes.’ Maar wat doen de betrokkenen anders?
Duidelijke succesfactoren
In het onderzoek is expliciet aandacht besteed aan welke nieuwe wegen marktpartijen bewandelen. Hierbij is concrete bouwexpertise gecombineerd met expertise over (keten)samenwerking, nieuwe contractvormen en duurzame innovatie. Een belangrijke rode draad door de projecten is dat niet de technologie, maar organisatorische innovaties centraal staan: het zijn nieuwe samenwerkingsverbanden, nieuwe financieringsmodellen, nieuwe vormen van opdrachtgeverschap en andere manieren om met bijvoorbeeld wet- en regelgeving om te gaan die duurzame innovatie in de bouw mogelijk maken. Een tweede overeenkomst in de projecten is dat de klant het uitgangspunt vormt: wat wil deze klant en hoe kunnen we de diversiteit aan individuele voorkeuren accommoderen? Klein Woolthuis: ‘De bouw was aanbodgestuurd, maar door de huidige economische crisis is de bouw in rap tempo bezig een geïnspireerde vraaggestuurde industrie te worden.’
Rol voor overheid
Een derde conclusie uit het onderzoek is dat compleet nieuwe industrieën aan het ontstaan zijn rond decentrale energie, energiebesparing en bijvoorbeeld woningverduurzaming. Klein Woolthuis: ‘Dit is een trend die de overheid zal moeten signaleren en waar mogelijk stimuleren door klemmende wet- en regelgeving weg te nemen. Deze stap is nodig omdat de ons omringende landen veel beter munt hebben weten te slaan uit de trend naar verduurzaming: zo is Duitsland met haar heldere en standvastige beleid de wereldleider geworden op het gebied van windturbines en zonne-energie, en is in Denemarken al ruim 20% van de energie duurzaam. Tijd dus voor Nederland om ook aan te haken op deze internationale economische trends!’
Wilt u meer informatie over de resultaten, kom dan op 25 januari a.s. naar de inspirerende bijeenkomst ‘Groen is poen! Anders denken loont! bij Vernieuwing Bouw. .



