Algemeen

Thema's

Vernieuwing Bouw richt zich binnen haar brede opgave op een aantal specifieke thema’s om focus aan te brengen. Vernieuwing Bouw heeft de volgende drie thema’s vastgesteld: 

  • Ketensamenwerking
  • Levensduurdenken
  • Vernieuwend leiderschap

Er is voor deze drie thema’s gekozen, op basis van de ervaring die is opgedaan met Regieraad Bouw en PSIBouw en op basis van een verkenning in het veld. Telkens blijken partijen in de sector zich goed te kunnen vinden in het belang van deze drie thema’s. Hieronder volgt een korte beschrijving van elk van de drie thema’s.

Samenwerking verhoogt de kwaliteit van het eindproduct en zorgt voor een efficiënter en klantgerichter bouwproces. Om verbeteringen in de ketensamenwerking te bereiken dient men strategische keuzes te kunnen en durven maken ten aanzien van de rol die men in de keten wil spelen. Het gaat om regisseren of geregisseerd worden, maar ook vaak over het aanbieden van concepten, toegevoegde waarde en ontzorgen.

 

Samenwerking in de keten heeft zowel betrekking op samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers als ook tussen opdrachtnemers onderling (binnen de bouwketen).

Samenwerking betekent open staan voor de ander, transparant en integer zijn, elkaar vertrouwen. Daarnaast heeft het ook te maken met bijvoorbeeld professioneel inkopen en aanbesteden. Het gaat dan over zaken als helderheid omtrent aanbestedingscriteria, geïntegreerde bouworganisatievormen, gunnen op waarde en reële prijs, evenwichtige risicoverdeling tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers, inzage in prijsopbouw van een offerte, het houden van een kick-off meeting bij de start van een bouwproject en evaluatie van bouwprocessen op basis van verwachtingen en ervaringen. Samenwerking in de keten heeft alles te maken met het uitwisselen en delen van kennis en het gebruiken van dezelfde systemen door de verschillende partijen in de bouwketen. Een voorbeeld hiervan is het werken met een Bouwwerk Informatie Model (BIM). Als partijen in goed partnership samenwerken dan leidt dit tot een kwalitatief beter en efficiënter bouwproces, minder faalkosten, betere kwaliteit van het eindproduct en een versterkte klantgerichtheid.

In het thema levensduurdenken staan de volgende drie zaken centraal:

  • Duurzame materialen: toepassen van (hergebruikte) materialen, die in ruime mate voorhanden zijn en blijven;
  • Duurzaam bouwproces: bouwen met minimaal energiegebruik en minimale overlast voor de omgeving en op een wijze waardoor bouwmaterialen aan het einde van het bouwproces goed herbruikbaar zijn;
  • Duurzaam bouwwerk: het minimaliseren van lifecycle-cost en inzetbaar voor meerdere doelen (flexibel in te richten/te gebruiken).

Om duurzame materialen, duurzaam bouwproces en duurzaam bouwwerk te bevorderen kopen opdrachtgevers duurzaam in. Concreet betekent dit dat er in het aanbestedingsproces duurzaamheideisen worden gesteld en duurzaamheid wordt ‘gewaardeerd’.

Bij het minimaliseren van lifecycle-costworden de totale kosten over de gehele levensduur van een gebouw zo laag mogelijk gehouden. Niet de investeringskosten zijn leidend, maar het geheel aan kosten voor kwaliteit, beheer en onderhoud in de tijd. Dat zijn de totale kosten van definitie, ontwerp, bouw, exploitatie en sloop of afstoting van een bouwwerk. Hierbij gaat het ook om kapitaallasten en alle kosten voor energie, schoonmaak en onderhoud en zo nodig ook de kosten voor verbouwing of renovatie. Sturen op investeringskosten wordt zodoende verruild voor een integrale benadering van kwaliteit, kosten en tijd. Aangezien de meeste kosten van een bouwwerk in de gebruiksfase optreden, verdient die fase de meeste aandacht. Deze fase begint, interessant genoeg, al bij het voorontwerp. Bij het voorontwerp nemen opdrachtgever en architect namelijk belangrijke en onomkeerbare beslissingen over de kwaliteit van een bouwwerk en dus over de kosten en opbrengsten in de gebruiksfase. Handelen volgens de levensduurvisie kan daarom leiden tot extra investeringen vooraf die later dubbel en dwars worden terugverdiend.

Het ontstaan van contractvormen zoals PPS, DCM en DBFM stond aan de wieg van het minimaliseren van levensduurkosten. Als investering en exploitatie door een alliantie van partijen wordt besloten, ontstaat de belangrijkste drijfveer om over levensduurkosten na te denken.

De innovatiebeweging vindt plaats in een complex en gefragmenteerd krachtenveld, waarbij uiteenlopende en vaak strijdige belangen niet in het voordeel van versnelling en samenhang werken.

Cultuur en leiderschap wordt binnen de sector gezien als kritische succesfactor voor verdere professionalisering van alle aspecten van de bedrijfsvoering en is daarmee voorwaardenscheppend voor innovatief gedrag. Succesvolle organisaties vernieuwen als zij gericht zijn op zowel bestaande kennis, inzichten en vaardigheden zoals de optimalisatie van organisatieprocessen en het verbeteren van bestaande afzetmogelijkheden, als op het ontwikkelen van nieuwe kennis en vaardigheden. Deze tweezijdige aanpak vergt dat de cultuur in de bouw verandert. Voorbeeldgedrag van topmanagers aan opdrachtgevende en opdrachtnemende zijde helpt om een norm te zetten.

Ervaring leert dat samenwerking tussen mensen met verschillende achtergronden en competenties leidt tot het sneller realiseren van noodzakelijke vernieuwingen. De bouw moet zich ontwikkelen tot een sector die ook plaats biedt aan jongeren, vrouwen en allochtonen en aan mensen met een alpha- of gamma opleiding, zowel in de organisaties als op topposities.

Zoeken

  • Samen werken we aan

    de vernieuwing van de bouwsector